Bloemen en boeken
De tijd vliegt, bijna zonder dat je er erg in hebt. Mijn vorige weblog eindigde ik met twee foto's van vuurtoren De Ven in de sneeuw, maar inmiddels is de lente aangebroken en groeien her en der de eerste bloemen op de dijk. Onderstaande foto maakte ik een paar weken terug bij De Ven: een bosje speenkruidbloemen in het frisgroene gras, met in de verte op de achtergrond het eeuwenoude vuurbaken. Een heel verschil met de sneeuwfoto's van januari!
Lente bij De Ven, in de vorm van bloeiend speenkruid
Een ander nieuw begin, maar dan op "schrijfvlak", betreft mijn boek, waarvoor ik inmiddels ben begonnen aan wat leeswerk voor hoofdstuk 9. Het onderwerp hiervan wordt een van dé grote iconen van het oude Egypte: mummies. Maar voor ik aan het schríjven van dit hoofdstuk kan beginnen, moet ik eerst hoofdstuk 8 nog voltooien. In het kader hiervan was ik vandaag naar Amsterdam, naar de
bibliotheek van de hoofdstedelijke universiteit. Na eerder de bibliotheken van onder meer
Teylers, de Leidse
universiteit, het
Rijksmuseum en de
K.B. te hebben bezocht (zie de linkjes), was dit alweer mijn áchtste bibliotheek. Nu denkt u wellicht: waarom zoveel verschillende? Maar dat is met een reden. De vorm waarin ik mijn boek probeer te "gieten" is namelijk die van een soort tocht langs verschillende bijzondere bibliotheken, die elk een bijzonder boek in hun collectie hebben dat iets laat zien over de herontdekking van het oude Egypte. Dit kan gaan om prenten van verdwenen tempels, om een eerste beschrijving van de gekraakte hiërogliefencode of om een reisverslag over de ontdekkingen en ontberingen van vroege reizigers. Verstopt in donkere depots leiden deze antieke pillen een beetje een vergeten bestaan, maar samen vertellen ze het wonderlijke verhaal van de avonturiers en archeologen die aan de basis stonden van de egyptologie. En om dat verhaal goed te kunnen vertellen, wil ik elk van de betreffende boeken met eigen ogen aanschouwen. Niet online, niet als opgestuurde pdf, maar stuk voor stuk in de bibliotheken waar deze boeken worden bewaard.

A Thousand Miles Up the Nile van Amelia Edwards, opengeslagen in de leeszaal Bijzondere Collecties van de UvA-bibliotheek
Het boek dat ik voor hoofdstuk 8 heb bekeken in de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam (waar ook het museum Allard Pierson en de boekencollectie van dierentuin Artis onder vallen) betreft A Thousand Miles Up the Nile, van de Britse schrijfster en feministe Amelia Edwards. Behalve een verslag van haar reis door Egypte in 1873-1874, is het boek onbewust ook een getuigenis van veranderende tijden. Zo passeren in A Thousand Miles treinen, fabrieken en telegraafpalen de revue, terwijl haar beschrijvingen van tempels en andere monumenten aanzienlijk beter onderbouwd waren dan die in dat andere beroemde reisverslag, van Belzoni, dat ik eerder heb bekeken (voor hoofdstuk 3) in de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden. Dit laat mooi zien hoezeer de egyptologie zich gestaag ontwikkelde in de negentiende eeuw. Het boek van Amelia Edwards verscheen in 1877 en was meteen een bestseller, maar dat is niet de enige reden dat A Thousand Miles Up the Nile in mijn hoofdstuk 8 zo nadrukkelijk genoemd wordt. Na haar terugkeer in Engeland richtte Edwards, geschokt door het verval van Egyptes monumenten en door de voortgaande schattenjacht in die dagen, namelijk een speciaal fonds op dat bedoeld was voor serieus onderzoek en serieuze opgravingen. Deze Egypt Exploration Society bestaat vandaag de dag nog steeds en doet nog altijd onderzoek naar de farao's en hun monumenten. Alle reden dus voor een prominente rol in mijn eigen boek!
Amelia Edwards was naast schrijfster ook tekenaar, die haar boek voorzag van verschillende illustraties
Tot slot nog even over Amsterdam zelf. Het is een wonderlijke stad, waarvan je je soms afvraagt of het nou een gemeente is, of een open inrichting. De gemeenteraad aldaar houdt zich bezig met excuses voor iets dat anderhalve eeuw geleden speelde, terwijl het anno nú de meest criminele stad van Nederland is. De stad heeft een schuld die richting tien miljárd gaat, maar de raad doneert miljoenen aan Gaza. Er leven in en om de gemeente duizenden mensen op straat, maar het linkse college wil kinderen uit Gaza halen om te verzorgen in de stad. En terwijl er treinladingen vol huisvuil uit Italië naar Amsterdam worden gehaald om hier te verbranden, wordt de stad zelf alsmaar viezer. Hoe krijgen ze dat toch voor elkaar daar aan het IJ? Zou dat laatste misschien komen doordat er bij de Amsterdamse stadsreiniging maar liefst 285 mensen op kantoor werken? Tweehonderdvijfentachtig! Op kantoor! Bij de schoonmaakdienst! In normale gemeentes zou men wat minder mensen op kantoor zetten, en het daarmee uitgespaarde geld aan de reinigers op straat besteden, maar Amsterdam is duidelijk geen normale gemeente. Ze hebben er de blik op internationaal, maar zijn blind voor de noden en verloedering in hun eigen stad...

Een kapotte vuilnisbak in hartje Amsterdam, op het Spui naast The American Book Center
