Schrijven en sneeuw

21 februari 2026

Afgelopen vrijdag verscheen het nieuwe nummer van Archeologie Magazine, mét daarin een artikel van mij over de neo-Egyptische tempel in de dierentuin van Antwerpen. Getiteld Belgisch verhaal in een Egyptisch jasje komen de geschiedenis achter dit wonderlijke olifantenverblijf, de vraag waarom die opvallende Egyptische stijl én de betekenis van de figuren en hiërogliefen op de tempel aan bod. Bij het artikel staan acht foto's van het gebouw, die ik vorig jaar heb gemaakt toen ik tijdens een vakantie naar België de Antwerpse dierentuin bezocht. Vrijwel meteen toen ik de tempel destijds zag, borrelde het idee bij me op om er iets over te schrijven. Zo'n wonderlijk pand, daar moest toch een verhaal inzitten? En zo ja, misschien wel een artikel! Nadat het stuk was geschreven, en de foto's uitgezocht, heb ik het afgelopen december naar de redactie gestuurd, die het graag wilde plaatsen en het direct op de rol zette voor het eerste nummer (februari) van dit jaar. Overigens is één van de foto's niet gemaakt in Antwerpen, maar in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daar namelijk ligt het enorme boek waaruit de schilder van de Antwerpse tempel inspiratie putte voor zijn kleurige schilderingen. Hoe dat precies zit? En wat hij precies schilderde? Dat kunt u allemaal lezen in het nieuwe nummer van Archeologie Magazine! Het blad is te koop in de wat grotere boekhandels en online via deze link.

Mijn artikel over de neo-Egyptische tempel in Antwerpen, deze maand in Archeologie Magazine

Een grote, kleurig versierde neo-Egyptische tempel middenin een grote dierentuin springt meteen in het oog, en lijkt daarmee een logisch onderwerp voor een artikel. Iets dat zo opvalt, wekt makkelijk de nieuwsgierigheid. Maar ook achter veel kleinere, ogenschijnlijk nietszeggende dingen kan een verhaal schuilgaan. In musea met een Egyptische collectie, zoals in Leiden of Londen, gaat de aandacht van de meeste mensen doorgaans uit naar grote, spectaculaire objecten. Kleurige mummiekisten, gouden sieraden, levensgrote stenen beelden. Voor kleinere, simpeler voorwerpen als stukjes papyri of potscherven met onleesbare krabbels heeft daarentegen bijna niemand aandacht, al kunnen die teksten egyptologen veel meer vertellen dan een gouden ring of stenen portretkop. Vorige maand vond ik bij een antiquariaat in Hoorn een boekje over Egyptische papyrusteksten, in 1989 verschenen naar aanleiding van een serie lezingen van het Leidse Papyrologisch Instituut. Dit klinkt de gemiddelde lezer dodelijk saai in de oren, en mij aanvankelijk ook, maar toen ik het boekje doorbladerde in de met boeken volgepakte gangen van die Hoornse winkel bleef ik hangen bij één van de hoofdstukken. Dit ging niet over spectaculaire piramides of mysterieuze mummies, maar over een veel alledaagsere kant van het oude Egypte, die op een bepaalde manier opvallend modern aandoet. Zou daar misschien een verhaal inzitten? Ik besloot het boekje te kopen, heb het betreffende hoofdstuk gelezen (het was vrij taai), twee vellen vol notities gekrabbeld en daarvan een artikel weten te maken, dat ik onlangs naar een tijdschrift heb opgestuurd. Hopelijk lukt het en willen ze het ergens dit jaar plaatsen...

Een potscherf uit het oude Egypte (in het museum Allard Pierson), met daarop een huurcontract uit de oudheid

In mijn vorige weblog schreef ik over een bezoek aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar ik in het kader van hoofdstuk 7 van mijn boek afgelopen december ben geweest. Inmiddels is hoofdstuk 7 af, heb ik verschillende in Den Haag gemaakte foto's uitgezocht en ben ik begonnen aan hoofdstuk 8. Dit betekent opnieuw een hoop leeswerk, waaronder een reisverslag uit 1877. Dit boek, A Thousand Miles Up the Nile van de Engelse schrijfster Amelia Edwards, was eind negentiende eeuw een heuse bestseller en zorgde in de herontdekking van het oude Egypte voor een belangrijke verandering. Dat laatste (veranderingen) wordt het overkoepelende thema van hoofdstuk 8 van mijn eigen boek en dat maakt A Thousand Miles Up the Nile een toepasselijk onderwerp om aan te snijden. Nadeel is wel dat zo'n Engels boek uit de negentiende eeuw soms behoorlijk taai is, maar dat komt wel goed. Net als bij eerdere hoofdstukken worstel ik me ook hier wel doorheen. Wat dat betreft is schrijven een beetje zoals koken: het heeft tijd nodig om op smaak te komen. Voor een snelle, industriële hap zouteloze niksigheid heb je genoeg aan ChatGPT, maar écht schrijven vraagt om aandacht - en daarvoor is (en blijft) een écht mens benodigd.

Mijn Seti-boek, afgelopen januari in het schap bij Scheltema in Amsterdam

In haar boek beschrijft Amelia Edwards een reisje over de Nijl, waarbij ze verschillende tempels onderweg bezoekt en uitgebreid ingaat op het landschap, op de mensen en op de monumenten. Egypte was destijds populair bij Europeanen die de gure, waterkoude winters in hun eigen landen wilden ontvluchten, sommigen deden dat zelfs om gezondheidsredenen. Tegenwoordig hebben we gelukkig een verwarming, maar toch zullen de meeste mensen blij zijn dat het nu bijna maart is en de winter hier op zijn laatste benen loopt. Als de dagen lengen, de eerste bloemen weer opkomen en de temperatuur graadje voor graadje omhoog kruipt, zijn er maar weinig mensen die daarvan balen. De lente en zomer zijn populair, de winter een stuk minder. Maar tóch heeft ook het koude seizoen best mooie kanten, in de vorm van sneeuw. Het komt helaas niet zo vaak meer voor, maar áls het een keer goed sneeuwt, dan kleurt dat de wereld meteen een stuk mooier en lichter. Afgelopen januari was dit bijvoorbeeld het geval, toen Nederland bedekt werd onder een centimetersdikke laag winterse neerslag. Lastig voor auto- en vliegverkeer, maar vooral ook héél fotogeniek. Onderstaande foto's heb ik toen gemaakt van vuurtoren de Ven. De wereld leek wel een kerstkaartje!

De dijk ten noorden van Enkhuizen, bedekt onder een dik pak sneeuw

Voor de hagelwitte vuurtoren de Ven is al die witte sneeuw bijna een schutkleur