Oud en nieuw

3 juli 2026

Moderne technologie. Of meer precies: digitale technologie. Het heeft voor- en nadelen. Ik ben blij dat ik deze tekst (dit weblog) kan publiceren, en dat u hem op de computer of de telefoon kan lezen. Zonder digitale technologie zou dat niet mogelijk zijn geweest. En het feit dat ik relatief makkelijk artikelen en zelfs een heel boek kan typen, in plaats van te moeten medderen met een ganzenveer en een stuk perkament, is ook te danken aan de moderne tijd. Maar zoals wel vaker heeft ook hier elk voordeel zo zijn nadelen. Onze computers en telefoons vreten energie, social media blijken een hoop narigheid met zich mee te brengen en door A.I. stelt het onderwijs steeds minder voor. Studenten laten hun werkstukken schrijven door ChatGPT (zou hun diploma dan niet óók naar ChatGPT moeten gaan, vraag je je af) en ook wetenschappers zijn gevoelig voor de nieuwste digitale verleiding. Wat heet: aan Nederlandse universiteiten blijken hónderden wetenschappers A.I.-gegenereerde nep-informatie te hebben gepubliceerd! Het is alsof professionele koks ineens magnetronmaaltijden blijken te hebben geserveerd, je reinste bedrog. Maar déze "thuiskok" is wat schrijven betreft liever ouderwets: ik lees voor mijn boek en artikelen alle informatie zelf en als het nodig is ga ik persoonlijk naar de bibliotheek. Gister bijvoorbeeld ben ik naar Leiden geweest, waar ik de museumbibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden heb bezocht.

De ingang van de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden, aan de Papengracht in Leiden

Een voordeel van de moderne, digitale tijd is dat boeken eenvoudig online gereserveerd kunnen worden. En natuurlijk dat je met moderne camera's makkelijk een hoop foto's kan maken. Nadeel is daarentegen dat die moderne apparaten weleens haperen. Na afloop van mijn biebbezoek bleek de fotocamera een "geheugenkaartstoring" te hebben gehad, waardoor het gros van de foto's die ik had gemaakt in het niet was verdwenen. Heel irritant, en ik baalde dan ook enorm. Maar gelukkig had ik met mijn telefoon ook een paar foto's gemaakt, zodat de schade beperkt bleef. Enfin, de reden voor mijn bezoek aan de RMO-bibliotheek waren niet één, maar twee boeken. Een wat dunnere (rechts op de foto hieronder) voor een artikel dat ik aan het schrijven ben voor Archeologie Magazine (over een steen in het Petrie Museum in Londen, zie hier) en een dikkere. Die laatste wilde ik bekijken in het kader van hoofdstuk 9 van mijn eigen boek, dat inmiddels steeds meer vorm begint te krijgen.

Beide boeken op tafel in de RMO-bibliotheek

Het wat dikkere boek komt uit 1912 en de titel verklapt meteen waarover het gaat: The Royal Mummies. Het is een catalogus waarin geen standbeelden of reliëfs van enkele tientallen farao's en koninginnen staan, maar de royals zélf, letterlijk in hoogsteigen persoon. De betreffende farao's waren na hun dood bijgezet in grote, eigen graftombes in het Dal der Koningen, maar al vrij kort daarna ging het bergafwaarts met Egypte en werden de koningsgraven geteisterd door grafrovers. Priesters rond 1000 v.Chr. hebben de koningen daarop uit hun geschonden graven gehaald en herbegraven in een goed verstopt gezamenlijk massagraf, dat aan het eind van de negentiende eeuw werd herontdekt. Dat enkele van Egyptes grootste koningen op deze manier zélf bewaard zijn gebleven is heel bijzonder, en voor het huidige Egypte een bron van trots. Behalve bijzonder zijn de koninklijke mummies echter vooral ook heel interessant. Recent zijn alle lichamen nauwgezet onderzocht met hypermoderne CT-scanners, maar aan het eind van de negentiende eeuw was deze technologie nog niet voorhanden. De enige manier in die dagen om erachter te komen wat er ónder de windselen zat, was de mummies simpelweg open te knippen. En dat is dan ook wat er destijds gebeurde. Ironisch is dat kort ná de eerste uitpakkingen de röntgenstraling werd ontdekt, waardoor men ook zónder schaar een kijkje in de mummies had kunnen nemen. Maar voor de edele farao's was het toen al te laat - al zijn hun uitgepakte lichamen wel bewaard gebleven.

Links van het titelblad in The Royal Mummies staat een foto van het gezicht van farao Seti I, de best bewaard gebleven mummie van allemaal

In The Royal Mummies worden enkele tientallen farao's, koninginnen en andere belangrijke mummies een voor een besproken door Grafton Elliot Smith (1871-1937), een Australisch anatoom die intensief bij het toenmalige onderzoek betrokken was geweest. We kennen grote namen als Ramses II, Seti I en Thoetmosis III vooral van hun veldslagen en grote tempels, maar al bladerend door de koninklijke mummiecatalogus komt er een heel ander, veel menselijker kant van de farao's naar voren. Zo leed Ramses V mogelijk aan de pokken, getuige de vele bultjes op zijn gezicht, had Thoetmosis II opvallend goed verzorgde nagels, droeg Ahmose een baardje en was de grote Ramses II, die zich in zijn standbeelden steevast liet portretteren als gespierde jonge vent, in werkelijkheid een stokoude man, met alleen aan de zijkanten van zijn hoofd nog wat dungeworden witte haren. Zonder hun mummies hadden we deze persoonlijke kant van de koningen nooit kunnen kennen.

De mummie van Ramses II, afgebeeld op een foto in The Royal Mummies

Terwijl ik momenteel ongeveer een derde van hoofdstuk 9 heb geschreven, en begonnen ben aan dat nieuwe artikel, staat in de nieuwste KIJK Geschiedenis een aankondiging voor een ánder artikel van me. Dit gaat niet over mummies, maar over een paar stukjes papyrus. Het is het artikel waarover ik in een eerder blog de hoop uitsprak dat het zou worden geplaatst. Dit is dus (bíjna) gelukt, evenals een dérde artikel van me, dat momenteel bij de redactie van National Geographic Historia ligt. Beide artikelen staan later dit jaar in de genoemde bladen, en zullen tegen die tijd ook digitaal ongetwijfeld ergens te koop en te lezen zijn. En zo is de cirkel rond: het schrijven doe ik heel ouderwets zonder A.I., maar voor het typen, mailen en publiceren is deze digitale tijd toch wel erg handig. In de negentiende eeuw kwam daar heel wat meer bij kijken.


PS: Mijn ontdekking in het Engelse landgoed Kingston Lacy is niet onopgemerkt gebleven. Egyptoloog Huub Pragt heeft er een bericht aan gewijd op zijn website. Een mooie reminder dat ouderwetse tekeningen ook in deze hoogtechnologische tijd soms nog hartstikke waardevol en het vermelden waard zijn!

De aankondiging van mijn nieuwe artikel voor Kijk Geschiedenis, dat in september in de winkel ligt